Pensioengevend loon en pensioengrondslag berekenen

Als werkgever levert u maandelijks (of per vier weken) gegevens aan die wij gebruiken om de pensioenpremie te berekenen. U geeft onder andere per werknemer het aantal pensioengevende uren en de pensioengrondslagaanwas via de PDO-aanlevering aan ons door.  Maar welke delen van het brutoloon zijn pensioengevend en hoe berekent u de pensioengrondslag? 

Pensioengevend loon en pensioengrondslag

Voor elke werknemer moet het pensioengevend loon en de pensioengrondslag worden vastgesteld. Dit gebeurt per maand of per vier weken, afhankelijk van de frequentie van uw loonaangifte bij de Belastingdienst.

Pensioengevend loon

Het pensioengevend loon is gelijk aan het bruto-uurloon maal het aantal verloonde uren. Voor 2021 geldt een maximum uurloon van € 31,15. Is het uurloon hoger? Dan wordt er over het meerdere geen pensioen opgebouwd; hiervoor betaalt u dus ook geen premie. 

Pensioengrondslag

De pensioengrondslag is gelijk aan het (gemaximeerde) bruto-uurloon minus de uurfranchise, maal het aantal verloonde uren. De uurfranchise in 2021 bedraagt € 7,01.

Pensioengrondslagaanwas

De pensioengrondslagaanwas is het verschil tussen de grondslag tot en met de huidige periode en de grondslag tot de huidige periode. Hierbij gebruikt u de systematiek Voortschrijdend Cumulatief rekenen (VCR) die u ook gebruikt voor de werknemersverzekeringen en houdt u rekening het maximum pensioengevend uurloon. Verder op deze pagina vindt u een aantal voorbeelden. 

Basisregeling

Voor de berekening van de premie die u als werkgever betaalt in de Basisregeling, gebruiken wij het pensioengevend loon . Voor de berekening van de beschikbare premie voor de opbouw van het pensioenkapitaal van uw werknemers wordt de pensioengrondslag gebruikt. In de PDO-aanlevering geeft u de pensioengrondslagaanwas aan ons door.

Plusregeling

Voor de berekening van zowel de premie die u als werkgever betaalt als voor de opbouw van het pensioenkapitaal van de deelnemers, wordt de pensioengrondslag gebruikt. In de PDO-aanlevering geeft u de pensioengrondslagaanwas aan ons door.

Welke loonbestanddelen zijn pensioengevend ?

Tot 1 januari 2021 horen onderstaande onderdelen tot het pensioengevend salaris

  • het loon over de normaal gewerkte uren;
  • het loon over de onregelmatige uren (de uren in afwijkende dag- en tijdzones);
  • indien tijdens ziekte loon wordt doorbetaald: het werkelijk door de werkgever doorbetaalde loon;
  • de vergoeding wegens loonderving van wachtdagen in geval van ziekte ('wachtdagcompensatie');
  • de opgebouwde of uitbetaalde reserveringen voor vakantiedagen, bijzonder verlof, kort verzuim, feestdagen (indien van toepassing) en vakantiebijslag.

U kunt hiervan in positieve zin afwijken door ook andere loonbestanddelen toe te voegen. Dat kan alleen als u dit voor al uw werknemers (op dezelfde manier) doet.  Als u besluit positief af te wijken, dan kunt u hier later niet op terugkomen. 

Vanaf 1 januari 2022 bestaat het pensioengevend salaris uit:

  1. het loon voor de werknemersverzekeringen met uitzondering van de bijtelling als gevolg van het privégebruik van een zakelijke auto en;
  2. het werknemersaandeel in de premie voor de pensioenregeling en;
  3. het loon dat is uitgeruild voor vrije vergoedingen of vrije verstrekking op grond van artikel 20 CAO voor Uitzendkrachten (‘uitruil van arbeidsvoorwaarden’).

Hoe bereken ik de pensioengrondslagaanwas?

De pensioengrondslagaanwas berekent u door gebruik te maken van voortschrijdend cumulatief rekenen. Deze methodiek gebruikt u ook voor het berekenen van de premies voor de werknemersverzekeringen. De Belastingdienst heeft een uitgebreide toelichting op haar website geplaatst. Daarnaast vindt u hieronder twee praktijkvoorbeelden:

  • In beide voorbeelden is het maximaal pensioengevend uurloon € 31,15.
  • Voor de Plusregeling is de uurfranchise € 7,01.
  • In het voorbeeld Basisregeling is kolom G wat u uiteindelijk doorgeeft via het PDO bestand. In het voorbeeld Plusregeling is dat kolom I.
  • Klik onder de voorbeelden op 'Uitleg berekening' om meer uitleg te krijgen. 

Basisregeling

Uitleg berekening
Periode B1:
Het cumulatief pensioengevend loon (C) = € 1.200. Het cumulatief maximaal pensioengevend loon (E) is 40 x € 31,15 = € 1.246. C is lager dan E. De cumulatieve pensioengrondslag (F) is dan gelijk aan het cumulatief pensioengevend loon. De pensioengrondslagaanwas (G) is deze periode  gelijk aan de  cumulatieve pensioengrondslag: 1200

Periode B2:
Het cumulatief pensioengevend loon (C) = 1200 + 600 = € 1.800. Het cumulatief maximaal pensioengevend loon (E) is 40 + 20 x € 31,15 = € 1.869. C is lager dan E. Dus de cumulatieve pensioengrondslag (F) is gelijk aan het cumulatief pensioengevend loon. De pensioengrondslagaanwas is dan het verschil tussen de cumulatieve pensioengrondslag (F) uit periode B1 en periode B2: 1800-1200 = 600.

Periode B3:
Het cumulatief pensioengevend loon (C)   = 1200 + 600 + 600 = € 2.400. Het cumulatief maximaal pensioengevend loon (E)  is 40 + 20 + 20 x € 31,15 = € 2.492. C is lager dan E. Dus de cumulatieve pensioengrondslag (F) is gelijk aan het cumulatief pensioengevend loon (C). De pensioengrondslagaanwas is dan het verschil tussen de cumulatieve pensioengrondslag (F) uit periode B2 en periode B3: 2400 - 1800 = 600

Periode B4:
In deze periode wordt alleen vakantiegeld uitbetaald. Dit betekent dat er wel pensioengevend loon is, maar geen pensioengevende uren. Het cumulatief pensioengevend loon (C)  = 1200 + 600 + 600 + 400 = € 2.800. het cumulatief maximaal pensioengevend loon is 40 +20 +20 x € 31,15 = € 2.492. C is hoger dan E. De cumulatieve pensioengrondslag is dan dus gelijk aan het cumulatief maximaal pensioengevend loon. De pensioengrondslagaanwas is dan het verschil tussen de cumulatieve pensioengrondslag (F) uit periode B3 en periode B4: 2492 - 2400 = 92

Plusregeling

In de Plusregeling moet u ook rekening houden met de uurfranchise

Uitleg berekening
Periode P1
Het cumulatief pensioengevend loon (C) is 1200. Het cumulatief maximaal pensioengevend loon is 40 x € 31,15 = € 1.200. E is hoger dan C. Het gemaximeerd cumulatief pensioengevendloon is dan gelijk aan het cumulatief pensioengevend loon. De cumulatieve franchise is 40 x 7,01 = € 280,40. De cumulatieve pensioengrondslag is dan 1200 – 280,40 = 919,60. De pensioengrondslagaanwas (I) is deze periode gelijk aan de  cumulatieve pensioengrondslag: 919,60.

Periode P2
Het cumulatief pensioengevend loon (C) is 1200 + 600 = 1800. Het cumulatief maximaal pensioengevend loon (E) is 40 + 20 x € 31,15 = €1.869,00. C is lager dan E. Het gemaximeerd cumulatief pensioengevend loon is dan gelijk aan het cumulatief pensioengevend loon. De cumulatieve franchise is 40 +20 x 7,01 = € 420,60. De cumulatieve pensioengrondslag is dan 1800 – 420,60 = 1379,40. De pensioengrondslagaanwas is dan het verschil tussen de cumulatieve pensioengrondslag (H) uit periode P1 en periode P2: 1379,40 - 919,60 = 459,80.

Periode P3
Het cumulatief pensioengevend loon (C) is 1200 + 600 + 600 = 2400. Het cumulatief maximaal pensioengevend loon (E) is 40 + 20 + 20 x € 7,01 = € 2.492,00. C is lager dan E. Het gemaximeerd cumulatief pensioengevend loon is dan gelijk aan het cumulatief pensioengevend loon. De cumulatieve franchise is 40 +20 + 20 x 7,01 = € 560,80. De cumulatieve pensioengrondslag is dan 2400 - 560,80 = 1839,20. De pensioengrondslagaanwas is dan het verschil tussen de cumulatieve pensioengrondslag (H) uit periode P2 en periode P3: 1839,20 - 1379,40 = 459,80.

Periode P4
In deze periode wordt alleen vakantiegeld uitbetaald. Dit betekent dat er wel pensioengevend loon is, maar geen pensioengevende uren Het cumulatief pensioengevend loon (C) is 1200 + 600 + 600 + 400 = 2800. Het cumulatief maximaal pensioengevend loon (E) is 40 + 20 +20 x € 31,15 = € 2.492,00. C is hoger dan E. Het gemaximeerd cumulatief pensioengevend loon is dan gelijk aan het cumulatief maximaal pensioengevend loon. De cumulatieve franchise is 40 +20 +20 x 7.01 = € 560,80. De cumulatieve pensioengrondslag is dan 2492 - 560,80 = 1931,20. De pensioengrondslagaanwas is dan het verschil tussen de cumulatieve pensioengrondslag (H) uit periode P3 en periode P4: 1931,20 - 1839,20 = 92.

Bijzondere situaties

Er zijn bepaalde bijzondere situaties waarover we regelmatig vragen krijgen. Hieronder leest u wat u moet doen in die situaties.

Wajong
Wajong is voor mensen die voor hun 18e of tijdens een studie een ziekte of handicap hebben. Als werkgever kunt u ondersteuning krijgen als u een “Wajonger” in dienst wilt nemen. Hierbij kan ook financiële ondersteuning horen: er kan sprake zijn van loonkostendispensatie of loonkostensubsidie.

Loonkostendispensatie en pensioen
Als er sprake is van loonkostendispensatie, dan betaalt u (tijdelijk) minder loon aan uw Wajong-werknemer. Uw werknemer krijgt een aanvullende Wajong-uitkering. In de Basisregeling geeft u als pensioengevend loon het loon door dat u aan uw werknemer betaalt. In de Plusregeling geeft u de pensioengrondslag door, waarbij u rekent met het daadwerkelijke loon dat u aan uw werknemer betaalt. Het kan voorkomen dat dit uurloon lager is dan de uurfranchise van StiPP. Hierdoor ontstaat er een negatieve pensioengrondslag. U krijgt daarom dan de volgende foutmelding te zien in het verwerkingsverslag van een PDO-aanlevering: “de opgegeven salarismutatie leidt tot een verlaagde inleg die niet te verrekenen is met de totale inleg in de opgegeven regeling”. U kunt deze foutmelding negeren.

Bij een negatieve pensioengrondslag bouwt uw werknemer geen pensioen op. U betaalt voor deze werknemer ook geen pensioenpremie. Het is belangrijk dat u de gegevens van deze werknemers wel maandelijks door blijft geven: zodra het loon boven de franchise uitkomt, bouwt uw werknemer dan direct het pensioen op waar hij recht op heeft.

Loonkostensubsidie en pensioen
De loonkostensubsidie is bedoeld voor werkgevers die werknemers met een ziekte of handicap in dienst nemen. U vraagt loonkostensubsidie aan voor uw werknemer als deze minder dan het minimumloon kan verdienen. De loonkostensubsidie vergoedt het verschil tussen loonwaarde en minimumloon. In dit geval geeft u aan StiPP in de Basisregeling het loon door dat u aan uw werknemer betaalt, dus inclusief het deel vanuit de loonkostensubsidie. In de Plusregeling geeft u de pensioengrondslag door, waarbij u rekent met het loon dat u daadwerkelijk aan uw werknemer betaalt. Uw werknemer verdient per saldo het minimumloon en bouwt over dat loon ook pensioen op bij StiPP.
Extraterritoriale kosten / 30%-regeling 
Met regelmaat wordt door werkgevers de vraag gesteld of vergoedingen in het kader van de extraterritoriale kosten- of de 30%-regeling meegenomen moeten worden in de grondslag voor de premieberekening. Vanaf 1 januari 2020 geldt dat de vergoedingen wel pensioengevend zijn als het ingeruilde deel ook pensioengevend was. Hiervan kunt u niet afwijken. 

Wat is de extraterritoriale kostenregeling (ET-regeling)?
De ET-regeling is een regeling waarmee ET-kosten onbelast kunnen worden vergoed aan de werknemer die aan de volgende voorwaarden voldoet:
- Tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst voor het verrichten van arbeid in Nederland; en
- Een woonplaats in het land van herkomst

In de cao is het mogelijk gemaakt dat een uitzendbureau en een uitzendkracht afspraken maken om een deel van het loon in te ruilen voor een vergoeding van ET-kosten. Een uitzendkracht ziet dan af van een stukje belast loon en krijgt in ruil daarvoor een belastingvrije vergoeding. Voor de uitruil van arbeidsvoorwaarden binnen de uitzendbranche gelden een aantal beperkingen en voorwaarden. Kijk daarvoor in de cao (ABU)/cao (NBBU). Of kijk op de website van de SNCU voor een uitleg van de toepassing van de ET-regeling.

De onbelaste ET-vergoeding in de cao is beperkt tot:

- Dubbele huisvestingskosten
- Vervoerskosten van en naar de woonplaats in het land van herkomst
- Extra uitgaven levensonderhoud

De uitzendkracht kan dus afzien van een deel van het belaste en (soms) pensioengevende loon in ruil voor een belastingvrije vergoeding. Het uitgeruilde deel van het belaste en pensioengevende loon voor vastgestelde ET-vergoeding(en), is vanaf 1 januari 2020 pensioengevend mits het uitgeruilde deel pensioengevend was. Houd er in uw administratie rekening mee dat u alert bent op het op een juiste wijze toepassen van deze ET-regeling! Voor een juiste toepassing van deze ET-regeling kan het zijn dat u in uw administratie-software actief een melding moet maken.