Als werkgever geef je maandelijks of vierwekelijks gegevens van je werknemers aan ons door. Daarmee berekenen wij de pensioenpremie. Je geeft per werknemer het aantal pensioengevende uren en de pensioengrondslagaanwas door via een PDO-bestand. Maar wat betekenen deze begrippen precies? En hoe bereken je ze?
Uitleg begrippen
Klik op de onderstaande begrippen en lees wat ze betekenen.
Pensioengevend salaris
Het pensioengevend salaris bestaat uit:
- het loon voor de werknemersverzekeringen (zonder bijtelling voor privégebruik van een zakelijke auto);
- het werknemersdeel van de pensioenpremie;
- het loon dat is uitgeruild voor vrije vergoedingen of vrije verstrekkingen voor extraterritoriale kosten. Bijvoorbeeld als een werknemer uit het buitenland in plaats van loon iets extra's krijgt, zoals huisvesting of verhuisservice, om in Nederland te kunnen werken.
Gebruik altijd het loon voor de werknemersverzekeringen dat je ook aan de Belastingdienst opgeeft.
Twijfel je? Check het bij de Belastingdienst
Sommige bijzondere looncomponenten worden soms uitgesloten in je salarispakket, terwijl ze wél meetellen voor het pensioen. Denk aan bonussen, overuren, eindejaarsuitkering of dertiende maand.
Gebruik het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst om te controleren of een looncomponent onderdeel is van het loon voor de werknemersverzekeringen. Betaal je er werknemersverzekeringen over? Dan is het pensioengevend.
Pensioengrondslag
De pensioengrondslag is het bedrag waarover je werknemer pensioen opbouwt. Je berekent dit zo:
- Pensioengrondslag = pensioengevend salaris – franchise (uurfranchise x pensioengevende uren)
Franchise
Dit is het deel waarover je werknemer geen pensioen opbouwt, omdat je werknemer later AOW krijgt. In 2026 is de uurfranchise € 9,24. Dat betekent dat je voor elk pensioengevend uur € 9,24 aftrekt van het salaris.
Maximum pensioengevend uurloon
Je werknemer bouwt alleen pensioen op tot een bepaald maximum uurloon. In 2026 is dat € 42,42 per uur. Is het uurloon hoger? Dan gebruik je dit maximum bij het berekenen van de pensioengrondslag.
Pensioengevende uren
Dit zijn de uren waarover je werknemer pensioen opbouwt. Ze zijn gelijk aan de verloonde uren die je opgeeft voor de loonheffingen. Van elk van deze uren trek je de uurfranchise af.
Waarvoor gebruik je de pensioengrondslag?
Je gebruikt de pensioengrondslag om:
-
De pensioenpremie te berekenen die je als werkgever betaalt;
-
De pensioenopbouw van de werknemer te bepalen.
Voorbeeldberekeningen
Bekijk hier voorbeeldberekeningen van het pensioengevend salaris en de pensioengrondslag.
Wat is de pensioengrondslagaanwas?
Aanwas betekent groei. De pensioengrondslagaanwas geeft aan hoeveel de pensioengrondslag is gegroeid in een periode. Dit is dus het verschil tussen de vorige periode en de huidige periode.
Voorbeeld:
-
Tot en met april is de pensioengrondslag € 2.000
-
Tot en met mei is de pensioengrondslag € 2.500
-
Dan is de pensioengrondslagaanwas in mei: € 500
Je berekent de aanwas met de VCR-methode (voortschrijdend cumulatief rekenen). Dit is dezelfde methode als bij premies voor werknemersverzekeringen. Bekijk ook de uitleg van de Belastingdienst of onze voorbeelden.
Wat te doen bij Wajong of WAZO-uitkering?
Wajong en pensioen
Wajong is voor mensen die voor hun 18e of tijdens een studie een ziekte of handicap hebben gekregen. Als je een ‘Wajonger’ in dienst neemt, kun je ondersteuning krijgen van UWV. Je kunt bijvoorbeeld loonkostendispensatie of loonkostensubsidie krijgen. Hieronder leggen we uit wat dat betekent voor het pensioen.
Loonkostendispensatie
Bij loonkostendispensatie betaal je tijdelijk minder loon aan je werknemer. UWV vult het inkomen aan met een Wajong-uitkering.
Het kan gebeuren dat het uurloon van je werknemer lager is dan de uurfranchise van StiPP. Dan ontstaat een negatieve pensioengrondslag. In dat geval zie je een foutmelding in het PDO-verwerkingsverslag. Je mag deze foutmelding negeren.
Bij een negatieve pensioengrondslag bouwt je werknemer geen pensioen op. Je betaalt ook geen premie.
Let op: Geef de gegevens van deze werknemer elke periode door. Zodra het loon boven de franchise uitkomt, bouwt je werknemer automatisch weer pensioen op.
Loonkostensubsidie
Als een Wajonger minder dan het minimumloon verdient, dan vraag je een loonkostensubsidie aan. Bij loonkostensubsidie betaalt de werkgever het loon dat een werknemer kan verdienen en het UWV vult dit aan tot het minimumloon. Je geeft hiervoor de pensioengrondslag door. Je rekent met het loon dat je als werkgever daadwerkelijk betaalt.
Je werknemer verdient hiermee het minimumloon. Over dat bedrag bouwt hij of zij gewoon pensioen op bij StiPP.
WAZO-uitkering en pensioen
Neemt je werknemer verlof op, bijvoorbeeld ouderschapsverlof of zwangerschapsverlof? Dan valt dit onder de Wet arbeid en zorg (WAZO). Je werknemer krijgt dan een uitkering van UWV.
Die uitkering is pensioengevend. Dat betekent dat je werknemer tijdens het verlof meestal gewoon pensioen blijft opbouwen. Hoe dat werkt, hangt af van wie de uitkering betaalt.
Je betaalt de uitkering zelf aan je werknemer
Soms maakt UWV het geld aan jou over en betaal jij de uitkering aan je werknemer. In dat geval:
- Neem de uitkering mee in het pensioengevend salaris en de pensioengrondslag.
- Reken het aantal gebruikelijke uren mee als pensioengevende uren (de uren die je werknemer normaal werkt).
- Je mag maximaal 7,5% van de pensioengrondslag als eigen bijdrage inhouden op de uitkering. Dat is het deel dat de werknemer zelf betaalt voor pensioenopbouw. Jij betaalt dan minimaal 15,9%.
UWV betaalt de uitkering rechtstreeks aan je werknemer
Dan werkt het net iets anders:
- Je werknemer geeft jou de specificatie van de uitkering van UWV.
- Jij geeft op basis daarvan de pensioengrondslag en het aantal pensioengevende uren door aan StiPP.
- Je levert deze gegevens aan over de periode waarin de uitkering is betaald.
Voorbeeld: UWV betaalt de uitkering in maart. Dan geef je deze gegevens door in de aanlevering van maart.
Jij betaalt als werkgever altijd de volledige premie aan StiPP, maar je mag aanvullende afspraken maken met je werknemer. Bijvoorbeeld het vragen van een eigen bijdrage over de pensioengrondslag. Je spreekt samen met je werknemer af hoe je dat regelt. Betaalt je werknemer de eigen bijdrage niet meteen? Dan mag je het bedrag later inhouden op het loon of bij de eindafrekening.