Het is wettelijk bepaald dat werknemers in de uitzend- en detacheringsbranche bij StiPP pensioen opbouwen. Dit is vastgelegd in het verplichtstellingsbesluit.
Wie vallen er onder het verplichtstellingsbesluit?
Het deelnemen in de Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten is verplicht gesteld voor uitzendkrachten die op basis van een uitzendovereenkomst werkzaam zijn voor een uitzendonderneming, vanaf de eerste dag van de maand waarin zij de leeftijd van 18 jaar bereiken tot de eerste dag van de maand waarin de deelnemers de voor hem of haar geldende pensioengerechtigde leeftijd in de zin van de AOW bereiken.
Hierbij wordt verstaan onder:
- uitzendkracht:
de werknemer die verzekerd is op grond van het Nederlandse sociaal zekerheidsstelsel en met zijn werkgever een uitzendovereenkomst in de zin van artikel 7:690 van het Burgerlijk Wetboek (Wet van 14 mei 1998, Stb. 1998, 300) is overeengekomen, met uitzondering van een payrollmedewerker en met uitzondering van een werknemer die intra-concern ter beschikking wordt gesteld.
- payrollmedewerker:
de werknemer die met zijn werkgever een payrollovereenkomst in de zin van artikel 7:692 van het Burgerlijk Wetboek (Wet van 29 mei 2019, Stb. 2019, 219) is overeengekomen.
-
intra-concern terbeschikkingstelling:
het ter beschikking stellen van werknemers voor het verrichten van arbeid als bedoeld in artikel 1 lid 3 sub c Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Wet van 11 december 2019, Stb. 2019, 483), dat wil zeggen: het ter beschikking stellen van werknemers voor het verrichten van arbeid in een onderneming, die door dezelfde ondernemer in stand wordt gehouden als die de werknemers ter beschikking stelt, of waarbij degene die werknemers ter beschikking stelt en de onderneming waar de terbeschikkingstelling plaatsvindt in een groep zijn verbonden als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek (Wet van 10 november 1988, Stb. 1988, 517) dan wel de één een dochtermaatschappij is van de ander als bedoeld in artikel 2:24a van het Burgerlijk Wetboek (Wet van 10 november 1988, Stb. 1988, 517).
-
uitzendovereenkomst:
de arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:690 van het Burgerlijk Wetboek (Wet van 14 mei 1998, Stb. 1998, 300), waarbij de ene partij als werknemer door de andere partij als werkgever in het kader van de uitoefening van het beroep of bedrijf van die werkgever ter beschikking wordt gesteld van een derde om krachtens een door deze aan die werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van de derde, indien en voor zover die terbeschikkingstelling niet intra-concern plaatsvindt.
-
uitzendonderneming:
een werkgever in de zin van artikel 7:690 van het Burgerlijk Wetboek (Wet van 14 mei 1998, Stb. 1998, 300) die aan het 50%-vereiste voldoet, met uitzondering van
- een payroll-onderneming of
- een rechtspersoon die uitsluitend werknemers intra-concern ter beschikking stelt.
Zo’n werkgever kan zowel een natuurlijk persoon zijn, als een rechtspersoon.
Aan het 50%-vereiste wordt voldaan indien: het premieloon van de werkgever dat op jaarbasis betrekking heeft op werknemers die op basis van een uitzendovereenkomst in dienst zijn tenminste 50% bedraagt van het totale premieloon van de werkgever op jaarbasis.
Bij de vaststelling of aan het 50%-vereiste wordt voldaan
- worden de uitzendkracht, de payrollmedewerker en de werknemer die intra-concern ter beschikking wordt gesteld in ieder geval beschouwd als werknemers die op basis van een uitzendovereenkomst in dienst zijn van de werkgever;
- betreft het premieloon het premieplichtig loon in de zin van artikel 16 Wfsv (Wet van 4 juni 2014, Stb. 2014, 259) op jaarbasis. Premieplichtig loon op grond van een buitenlands sociaal zekerheidsstelsel blijft buiten aanmerking voor de vaststelling van het premieloon dat betrekking heeft op werknemers die op basis van een uitzend-overeenkomst in dienst zijn en het totale premieloon op jaarbasis.
-
payrollonderneming:
de natuurlijke of rechtspersoon die, indien en voor zover werknemers in de zin van artikel 7:690 van het Burgerlijk Wetboek (Wet van 14 mei 1990, Stb. 1998, 300) ter beschikking worden gesteld, uitsluitend payrollmedewerkers ter beschikking stelt van opdrachtgevers.